Proximale bicepspeesruptuur van de hamstring

x-tinymce/html

Een case study

Bicep femoris herstel
Er wordt algemeen erkend dat de revalidatie van sportblessures voor een terugkeer in competitie gedreven moet zijn door criteria en hiërarchisch van aard moet zijn (1). Atleten die sporten op professioneel of topniveau hebben een breed scala aan medische wetenschap, medische en coaching professionals tot hun beschikking, die hen helpen de best mogelijke sportprestaties te behalen. Een multidisciplinaire benadering van revalidatie biedt bij de revalidatie van blessures aan de onderrug dan ook betere uitkomsten dan benaderingen gebaseerd op een individuele discipline (2.3). Tijdens elke revalidatiefase krijgen atleten te maken met complexe problemen die hun voortgang tijdens elke revalidatiefase beperken.

Bewerking: InFysio

Dit artikel laat zien hoe een criteria-gedreven, multidisciplinaire, probleemoplossende benadering werd gebruikt bij de revalidatie van een complexe hamstringblessure van een professionele voetballer. Door te kiezen voor een probleemoplossende benadering kan de soms complexe aard van de revalidatie van blessures worden versimpeld, door te identificeren welke parameters er moeten veranderen en hoe deze verandering het beste kan worden bereikt.

Door een probleemoplossende benadering te gebruiken, kunnen bovendien specifieke revalidatiedoelstellingen worden nagestreefd en bereikt, wat de kans verkleint dat fundamentele elementen over het hoofd worden gezien omdat men zich enkel richt op de blessure zelf. Het artikel beschrijft een aantal voorbeelden van het gebruik van evidence-based praktijk en practise based bewijs voor het bereiken van een succesvolle revalidatie-uitkomst en legt tegelijkertijd de nadruk op het belang van de vroegtijdige betrokkenheid van het multidisciplinaire team bij het plannen van revalidatieprogramma’s.

De volgende casestudie van een professionele voetballer beschrijft een complexe individuele casehistorie, de beperkingen en overwegingen van het revalidatieproces, en de probleemoplossende benadering die werd gekozen om de speler klaar te stomen voor een terugkeer op professioneel niveau. De casestudie biedt ook inzichten in de waarde van een gezamenlijke aanpak van de fysiotherapeut, kracht- en conditietrainer, voedingsdeskundige en leden van de technische staf bij de revalidatie van de speler.

Inzicht in de volledige casegeschiedenis van een atleet is belangrijk, omdat dit kan helpen bij het vaststellen van een aantal van de veelzijdige oorzaken achter de meest recente problemen waar een atleet mee kampt.

Context

De atleet in kwestie was een 19-jarige profvoetballer die speelde bij een club uit de Engelse Premier League. Hij vertegenwoordigde zijn land op U19-niveau. Zijn blessuregeschiedenis is beschreven in Tabel 1.

Tabel 1: Ziektegeschiedenis

Figuren 1-5 (van links naar rechts) tonen de omvang van de blessure d.m.v. MRI.

Figuur 1: Transversale weergave van de verzwakte samengestelde peesruptuur.

Figuur 2: Coronale weergave van de intramusculaire scheur van de samengestelde pees met laxiteit. Credit: M. Bramhall, T. Smith, B. Rosenblatt, 2016

Figuur 3: Sagittale weergave van de intramusculaire ruptuur. Credit: M. Bramhall, T. Smith, B. Rosenblatt, 2016

Figuur 4: kleine gedeeltelijke scheur van de proximale muscolotendineuze verbinding van de semitendinosis en bijbehorende peri-ischiale bloeding.

Figure 5: L4/5 disc protrusion (M. Bramhall, T. Smith, B. Rosenblatt, 2016)

Criteria-gedreven benadering voor terugkeer in competitie

Er werd gekozen voor een criteria-gedreven revalidatiemodel als praktische benadering voor de coördinatie van het multidisciplinaire team en om ervoor te zorgen dat de speler het biomechanische en fysiologische vermogen had om de verhoogde activiteitseisen te voltooien, voordat hij hieraan begon. Het volledige criteria-gedreven model om terug te keren in competitie staat beschreven in tabel 2.

Fase 1

De belangrijkste doelstellingen van de eerste fase van de revalidatie waren het bevorderen van weefselherstel en neurale mobilisatie en het handhaven van spieractiviteit en bloedstroom. Tegelijkertijd werd ingezet om de vorming van verklevingen van de n. ischiadicus en oedeemvorming te minimaliseren en om wondinfecties te voorkomen. Dit moest allemaal worden bereikt binnen de chirurgische beperkingen met betrekking tot het bewegingsbereik van de heup (ROM) en de gewichtsdragende status (Tabel 3).

Weken 7-10 waren gericht op het opnieuw trainen van een normaal looppatroon, na te hebben gelopen met krukken, en tegelijkertijd het terugkrijgen van een normale ROM bij de heup en knie, door de strakheid van het zachte weefsel aan te pakken met behulp van specifieke progressieve mobilisatie. Daarnaast gingen vroege isometrische versterkingsoefeningen over in gesloten keten concentrische oefeningen. Voor de revalidatie en het conditiewerk werd gebruik gemaakt van hydrotherapie en werd het trainen van de rompstabiliteit geïntensiveerd.

Fase 2

Na terugkeer tot een normale functionele ROM ging de speler de tweede fase van het revalidatieproces in. Het doel van deze fase was niet alleen om de werkcapaciteit van de spiergroep rondom de hamstring te ontwikkelen en vergroten, maar ook om de algehele tolerantie van de speler voor fysieke activiteiten te verhogen: zowel fysiologisch als musculair. Individuen met een hoge werkcapaciteit en -tolerantie zijn robuuster en herstellen ook sneller, zowel tijdens oefeningen als tussen blootstellingen aan activiteiten (wedstrijden) (4).

Om de capaciteit van de spiergroep rondom de hamstring te bepalen, werd een enkelbeense brugtest gebruikt. De enkelbeense brugtest (SLB: Single Leg Bridge) was vergelijkbaar aan de test die eerder is beschreven door Hallen (5); de maatstaf in de huidige casestudie was echter hoe lang een isometrische positie kon worden aangehouden, terwijl Hallet keek naar het aantal repetities. De gehanteerde streefwaarde was 120 seconden omdat daarvan is aangetoond dat dit zorgt voor een geschikte basis voor vermoeidheidsweerstand, waarvan uit andere fysieke kwaliteiten, zoals krachtproductie en vermogen kunnen worden opgebouwd.

Verder is gesuggereerd dat spelers na periodes zonder wedstrijden meer risico lopen op hamstringblessures vanwege sportspecifieke neurale deconditionering, relatieve spierzwakheid, en vermoeidheid (6), wat extra nadruk legt op de behoefte aan een solide basis van gelokaliseerde spierconditionering.

Naast de capaciteit van hamstringsmusculatuur wordt ook de capaciteit van de anteriore en laterale rompspieren als belangrijk gezien voor de speler, in het bijzonder gezien zijn eerdere contralaterale blessures. Het vermogen van de romp om rotatie- en schuifkrachten te absorberen, is in verband gebracht met blessures omdat een verminderd absorbatievermogen krachten wegleidt naar andere structuren, die daardoor het risico lopen op blessures (7).

Net als bij de hamstrings is het vermogen van de rompspieren om vermoeidheid te weerstaan cruciaal vooral als een individu een tolerantie voor werk moet opbouwen en het vermogen moet ontwikkelen om bewegingen en acties met hoge kracht te weerstaan. De voorkant van de romp werd beoordeeld met behulp van een isometrische beenlift in ruglig. De laterale romp werd beoordeeld met een laterale isometrische houding op een op een trainingsbankje.

Fase 3

Zoals bij elke revalidatie kan voor een individu de laatste fase van het terugkeren in trainingen en in competitie vaak het moeilijkste te managen zijn en is het moeilijk