De toekomst van fysiotherapie: kracht, kwaliteit en positionering
- InFysio Servicedesk
- 21 aug
- 3 minuten om te lezen

Inleiding
Fysiotherapie in Nederland staat op een kruispunt. Fysiotherapeuten bereiken jaarlijks ruim 4 miljoen Nederlanders. Daarmee levert de fysiotherapie een directe bijdrage aan gezondheid, functioneren en participatie – tegen een fractie van de totale zorgkosten (1,6% van het zorgbudget). Toch staat de positie van de fysiotherapie onder druk: in financiering, in waardering van het vak en in zeggenschap over kwaliteit. Dit 'position paper' schetst een aantal fundamentele uitgangspunten en oproepen richting beleidsmakers, beroepsvereniging en collega’s.
1. De kracht van de algemeen fysiotherapeut
In het maatschappelijke en politieke debat wordt fysiotherapie steeds vaker langs de meetlat van specialisatie gelegd. Gespecialiseerde fysiotherapie krijgt stelselmatig een hogere positie, alsof dat per definitie beter of waardevoller is. Ook zien we een tendens om de fysiotherapeut te positioneren als een ‘goedkopere dokter’ (experimenten met bv triages).
Hoewel specialisatie soms noodzakelijk en waardevol kan zijn, mogen we niet vergeten dat juist de algemeen fysiotherapeut het fundament van het vak vormt. Deze professional overziet het hele palet van klachten, combineert kennis van bewegen, functioneren en context, en kan breed differentiëren. Het vermogen om het hele mensbeeld in samenhang te zien is een unieke kracht van ons vak – en vormt de basis van toegankelijkheid en continuïteit van zorg.
2. Financiering: een scheef en fragiel stelsel
De financiering van fysiotherapie in de eerste lijn staat al jaren onder druk. Tarieven zijn ontoereikend; fysiotherapeuten moeten door talloze administratieve hoepels springen om uit te komen op een nog steeds niet-kostendekkend tarief.
Dit is onhoudbaar. Fysiotherapie is kostenbesparend en effectief. Voor slechts 1,6% van het zorgbudget worden miljoenen Nederlanders geholpen en uit de veel duurdere tweede lijn gehouden. Een verhoging van het aandeel met slechts 1% van het totale zorgbudget zou enorme gezondheidswinst én kostenbesparing opleveren.
Daarom pleit ik voor een nieuw financieringsmodel waarin:
een basisvergoeding de toegankelijkheid en kostendekkendheid borgt;
ruimte bestaat voor aanvullende beloning voor diensten, specialisaties en extra services.
3. Evidentie, wetenschap en praktijk
In Nederland wordt de waarde van fysiotherapie te vaak gewogen op basis van wetenschappelijke evidentie in de smalle betekenis: RCT’s en medische modellen. Natuurlijk is onderzoek cruciaal en draagt het bij aan verbetering van ons vak. Maar we moeten erkennen dat fysiotherapie – een vak waarin de mens centraal staat – niet altijd volledig past binnen dit onderzoeksmodel.
Het meeste onderzoek wordt uitgevoerd op beperkte schaal en is vaak niet fundamenteel van aard, maar gefundeerd op medische standaarden.
Klinische ervaring en expertise van fysiotherapeuten wordt structureel ondergewaardeerd, terwijl dit juist de kern vormt van goed handelen.
Niet bewezen betekent niet per definitie: niet werkend.
De standaard voor waardering – inhoudelijk én financieel – zou daarom altijd moeten zijn: “de stand van wetenschap én praktijk”. Alleen zo ontstaat een evenwichtige beoordeling van interventies en behandelingen.
4. Eigenaarschap en borging van kwaliteit
Kwaliteit van het vak behoort bij de beroepsgroep. Het zijn fysiotherapeuten zelf die via het KNGF en de vele leerstoelen en hogescholen in Nederland het curriculum vormgeven, scholing organiseren en kwaliteitseisen bewaken. Van starters tot gepensioneerden dus.
Via na- en bijscholingen, accreditaties en het Kwaliteitshuis Fysiotherapie wordt ervoor gezorgd dat elke fysiotherapeut blijft voldoen aan hoge standaarden.
De normen en waarden van ons vak worden gedragen en ontwikkeld door een gezonde balans van vakgenoten die dagelijks patiënten zien en behandelen en onderzoekers (veela met fysiotherapeutische achtergrond).
Het kan en mag niet zo zijn dat niet ter zake deskundigen of partijen zonder patiëntcontact (zoals verzekeraars of externe instituten) dwingende kwaliteitseisen kunnen opleggen. Samenwerking en overleg zijn belangrijk en wenselijk, maar het inhoudelijk eigenaarschap van kwaliteit ligt en hoort bij de beroepsgroep zelf. Het KNGF heeft hier als beroepsvereniging de primaire en niet-onderhandelbare rol.
Fysiotherapie is een vak van én voor mensen. Laten we zorgen dat we de ruimte, erkenning en middelen krijgen om dat fundament te blijven bieden.
Conclusie en oproep
De fysiotherapie verdient een positie die recht doet aan haar kracht, effectiviteit en maatschappelijke waarde. Dat vraagt om keuzes van beleidsmakers en van onze beroepsvereniging:
Versterk de rol van de algemeen fysiotherapeut als fundament van het vak.
Zorg voor een eerlijk en duurzaam financieringsmodel, waarin basis en surplus samenkomen.
Waardeer zowel wetenschap als praktijkervaring en erken klinische expertise als volwaardig.
Borg het eigenaarschap over kwaliteit binnen de beroepsgroep - en nergens anders.
Fysiotherapie is een vak van én voor mensen. Laten we zorgen dat we de ruimte, erkenning en middelen krijgen om dat fundament te blijven bieden.
Opmerkingen